Ploffen is een techniek die weinig mensen bij naam kennen, en die voor heel wat bomen het verschil maakt. We steken een lans in de grond en laten daar een stoot perslucht in los. De bodem komt even omhoog en valt terug, waardoor er scheuren en poriën ontstaan.
Lucht en water geraken daarna weer tot bij de wortels. En dat gebeurt zonder dat er ook maar één wortel doorgesneden wordt.
Gezonde grond zit vol kleine holtes. In die holtes zit lucht en water, en daar leven de fijne wortels van. Wordt die grond samengedrukt door machines, bouwverkeer, geparkeerde wagens of gewoon door jaren belopen worden, dan verdwijnen die holtes. Wat overblijft is een compacte laag waar regenwater op blijft staan en waar geen zuurstof meer in geraakt.
Bij het ploffen brengen we een holle lans op de gewenste diepte in de bodem. Daar laten we perslucht ontsnappen in een korte, krachtige stoot. Die stoot volgt de zwakste weg door de grond en breekt de verdichte structuur open in een netwerk van fijne barsten. Van bovenaf zie je vooral wat gras dat even opwipt. Onder de grond is er net een heel nieuw stelsel van luchtkanalen bijgekomen.
Het mooie aan de techniek is wat ze niet doet. Perslucht duwt de bodemdeeltjes uit elkaar, maar laat het houtweefsel van de wortels ongemoeid. Waar een grondfrees of een spitmachine door alles snijdt wat op zijn pad ligt, blijft het wortelgestel hier volledig intact.
In de praktijk hoor je ook wel de term boom verluchten. Het komt op hetzelfde neer: zuurstof terugbrengen op de plek waar de boom hem nodig heeft.
Een kraan, een betonmixer of een stapel materiaal heeft maandenlang op de wortelzone gestaan. De boom lijkt er ongeschonden uitgekomen, maar de bodem eronder is dichtgereden.
Een speelweide, een oprit in grasdallen, een parkeerstrook onder de bomen of een schoolplein. Duizenden voetstappen en wielen doen op termijn hetzelfde als een wals.
Plassen die na een bui uren blijven liggen, wijzen op een gesloten laag. Wortels die permanent in het water staan, verstikken. Ook dat is een zuurstofprobleem.
Kortere jaarscheuten, kleiner blad, dood hout dat blijft terugkomen. Wanneer de kroon niets structureels mankeert, kijken we naar de grond.
Ploffen helpt niet bij een boom die geen ruimte heeft om in te groeien, en het lost een aantasting in de stam niet op. Bij zeer natte, zware klei kunnen de barsten zich ook snel weer sluiten. In die gevallen zeggen we dat vooraf en zoeken we een andere weg, of we combineren het met werk aan de bodem zelf.
1
Günther beoordeelt de boom, de standplaats en de voorgeschiedenis van de plek. Hij gaat na hoe diep de verdichting zit en of ze de volledige wortelzone treft of alleen een strook. Ploffen zonder die vaststelling is schieten in het donker.
2
De injectiepunten volgen de vorm van het wortelgestel, in een patroon dat van de stamvoet naar buiten loopt en verder reikt dan de kroonrand. Wortels stoppen namelijk niet waar de takken ophouden. De diepte stemmen we af op de laag die openmoet.
3
De lans gaat de grond in, de luchtstoot volgt, en we gaan naar het volgende punt. Waar het zinvol is, brengen we tegelijk materiaal in de gecreëerde holtes: bodemverbeteraar, gebroken materiaal om de barsten open te houden, of beide.
4
Het gazon blijft vrijwel intact, dus er is weinig herstelwerk nodig. We spreken af hoe de zone de eerste maanden behandeld wordt, want opnieuw met zware machines over die grond rijden maakt het werk meteen ongedaan.
Het werk wordt bepaald door de oppervlakte en door hoe hardnekkig de verdichting is. Deze zaken wegen mee:
Ploffen is doorgaans een van de lichtere ingrepen binnen standplaatsverbetering, zeker in verhouding tot wat je ermee kan vermijden. Wat het in jouw situatie vraagt, zegt Günther na het plaatsbezoek.
Om het geluid. De perslucht komt er in één korte stoot uit en dat geeft een doffe plof onder de grond. Je voelt de bodem lichtjes bewegen onder je voeten. Vakmensen spreken ook van een luchtinjectie of van de boom verluchten, maar in de praktijk is ploffen het woord dat blijft plakken.
Een frees of een spitmachine snijdt door alles wat hij tegenkomt, dus ook door de wortels die je net wil sparen. Gaten boren met een grondboor werkt enkel op de plek van het gat zelf: je krijgt een reeks buisjes in een verder onveranderde bodem. Ploffen werkt in de breedte. Eén injectiepunt zet een netwerk van barsten in de omliggende grond, tot ver buiten het gaatje waar de lans zat.
Dat hangt vooral af van wat er daarna met de grond gebeurt. Blijft de zone met rust, dan houden de wortels de structuur zelf open en is een behandeling vaak jarenlang voldoende. Wordt er opnieuw over gereden of gestapeld, dan zit de bodem binnen het jaar weer dicht en is het weggegooid werk. Daarom bespreken we altijd het gebruik van de plek voor we beginnen.
Nee, en dat verrast de meeste mensen. De lans laat een gaatje van enkele centimeters achter, meer niet. Het gras wipt tijdens de behandeling wat op en gaat daarna terug liggen. Er komt geen graafmachine aan te pas en er is nadien geen herstelwerk nodig aan gazon of beplanting.
Om eerst te zien wat er onder de grond zit, voor we beslissen wat de bodem nodig heeft.
Wanneer een boom naast bodemherstel ook ondersteuning nodig heeft om veilig te blijven staan.
Een nieuwe boom start best in een bodem die van bij het begin voldoende lucht heeft.
Waarom achteruitgang meestal in de bodem begint en welke technieken er bestaan.
Günther komt kijken hoe diep het zit en zegt of ploffen hier iets oplevert. Zo niet, dan hoor je dat evengoed.